Loonstrook uitleg 2026: alle termen simpel uitgelegd





Loonstrook uitleg 2026: alle termen simpel uitgelegd

Loonstrook uitleg 2026: alle termen simpel uitgelegd

Laatst bijgewerkt:

Een loonstrook is simpel gezegd het bewijs van wat je werkgever je uitbetaalt én hoe dat bedrag is opgebouwd: bruto loon, inhoudingen en het netto bedrag dat je op je rekening krijgt.
Als je de belangrijkste termen snapt, kun je in 2026 veel fouten (en verrassingen) voorkomen, zoals een verkeerd uurloon, te veel loonheffing of ontbrekend vakantiegeld.
In dit artikel leg ik alle veelvoorkomende loonstrook-termen uit in normale taal en geef ik praktische checks zodat je jouw loonstrook zelf kunt controleren.

Wil je ook weten hoe extra uitbetalingen werken (en waarom de inhouding soms hoog is)? Lees dan Vakantiegeld berekenen 2026 en 13e maand netto berekenen 2026

Hoe lees je een loonstrook in 2026 zonder hoofdpijn?

Een loonstrook kan eruitzien als een muur van afkortingen: SV-loon, LH, premies, grondslagen, reserveringen, cumulatieven. Toch is het logischer dan het lijkt. Vrijwel elke loonstrook volgt dezelfde kern:

1) Wat je hebt verdiend (bruto loon, toeslagen, extra’s) → 2) Wat eraf gaat (loonheffing, pensioenpremie, eigen bijdragen) → 3) Wat je krijgt (netto uitbetaling).

Daarom is de beste aanpak: je leest je loonstrook niet van boven naar beneden, maar je checkt eerst de grote ankers: periode, uren, bruto loon en netto. Daarna kijk je naar de inhoudingen en reserveringen. En tot slot check je de cumulatieven (wat er in het jaar al is betaald).

Vuistregel: begin altijd bij periode + uren + bruto uurloon. Als die drie kloppen, klopt 80% van je loonstrook meestal ook.

Loonstrook termen 2026: 20 onderdelen uitgelegd (met checks)

1) Periode / loonperiode

Dit is de periode waarover je betaald krijgt. Dat kan een maand zijn, maar ook 4 weken. Het is belangrijk omdat het verklaart waarom bedragen per “maand” soms anders voelen. Check: staat er “periode”, “maand”, “4-weken” of een datumbereik? Noteer dat eerst.

2) Uren (gewerkt, contract, verlof)

Hier zie je vaak het aantal gewerkte uren, plus verlof-uren, ziekte-uren of feestdaguren. Bij oproepwerk kan dit per periode sterk wisselen. Check: vergelijk met je rooster of urenregistratie en kijk of pauzes logisch zijn verwerkt.

3) Bruto loon

Bruto is je loon vóór inhoudingen. Het is de basis voor veel berekeningen. Bij vaste contracten staat er vaak “bruto maandsalaris”; bij uurloon staat er “bruto loon uren”. Check: klopt je bruto met uurloon × uren (als je per uur werkt) of met je contract (als je per maand werkt)?

4) Bruto uurloon

Dit is het bedrag dat je per uur verdient, bruto. Dit is een van de belangrijkste controles, zeker bij minimumloon en jeugdloon. Check: vergelijk je uurloon met je contract/cao en met het minimumloon als je rond minimum zit.

5) Toeslagen (avond, weekend, ORT)

Toeslagen zijn extra’s bovenop je basisloon, bijvoorbeeld onregelmatigheidstoeslag (ORT) of weekendtoeslag. Ze kunnen per maand verschillen. Check: klopt het aantal toeslaguren met je rooster en staat het toeslagpercentage erbij?

6) Overuren

Overuren zijn uren boven je contracturen (of boven een norm). Soms worden ze uitbetaald, soms krijg je tijd-voor-tijd. Check: zie je overuren als aparte regel met tarief? Controleer of ze niet “verdwijnen” in normale uren.

7) Vakantiebijslag / vakantiegeld (opbouw of uitbetaling)

Vakantiegeld is meestal 8% van het brutoloon dat meetelt, en kan als “opbouw/reservering” op de loonstrook staan. Soms wordt het maandelijks uitbetaald. Check: zoek op “vakantiebijslag”, “vakantietoeslag” of “VB” en kijk of er opbouw of uitbetaling staat.

8) Vakantie-uren (saldo / opbouw)

Dit is geen geld, maar tijd. Je bouwt vakantie-uren op die je later kunt opnemen. Op de loonstrook zie je vaak opbouw per periode en het totaal saldo. Check: klopt je saldo met het aantal uren dat je hebt opgenomen?

9) Loonheffing / loonbelasting (LH)

Loonheffing is de belasting die je werkgever alvast inhoudt voor de Belastingdienst. Het is een voorschot op je inkomstenbelasting. Check: als de loonheffing ineens sterk stijgt, kijk of er een extra uitbetaling is (bonus/13e maand) of of je loonheffingskorting is gewijzigd.

10) Loonheffingskorting

Dit is een korting op de belasting die je via je salaris kunt krijgen. Meestal zet je dit aan bij één werkgever. Bij meerdere banen kan het misgaan als je het bij beide aanzet. Check: heb je twee werkgevers? Zorg dat loonheffingskorting maar bij één werkgever aanstaat.

11) Arbeidskorting / algemene heffingskorting

Dit zijn kortingen die invloed hebben op hoeveel belasting je betaalt. Op de loonstrook zie je soms niet de exacte kortingen, maar je ziet het effect in de loonheffing. Check: als je meer gaat verdienen, kan je arbeidskorting veranderen; dat kan je netto beïnvloeden.

12) Bijzondere beloning (vakantiegeld, bonus, 13e maand)

Extra uitbetalingen worden vaak als “bijzondere beloning” belast. Daardoor kan de inhouding hoger lijken dan bij je normale salaris. Check: kijk of de loonheffing op die loonstrook opvallend hoog is; dat is vaak de verklaring.

13) Pensioenpremie (werknemersdeel)

Als je pensioen opbouwt via je werkgever, betaal je vaak een deel van de premie zelf. Dat gaat van je bruto of netto af, afhankelijk van de regeling. Check: vergelijk met eerdere loonstroken: is de pensioeninhouding ineens veel hoger of lager?

14) SV-loon (sociale verzekeringsloon)

SV-loon is het loon waarover premies voor sociale verzekeringen worden berekend. Het kan afwijken van je bruto loon door regels over wat wel/niet meetelt. Check: als SV-loon anders is dan bruto, kijk of er vergoedingen of uitzonderingen spelen.

15) Loon voor loonheffing / fiscaal loon

Dit is het loonbedrag dat wordt gebruikt om de loonheffing te berekenen. Het kan anders zijn dan je bruto loon als bepaalde posten niet meetellen of anders worden verwerkt. Check: als je loonheffing vreemd voelt, kijk naar dit “loon voor loonheffing” en vergelijk met je bruto.

16) Reserveringen (opbouw potjes)

Reserveringen zijn bedragen die je opbouwt voor later, zoals vakantiegeld of soms een eindejaarsuitkering. Ze worden niet altijd direct uitbetaald. Check: zie je een reservering die nooit wordt uitgekeerd? Vraag wanneer en hoe uitbetaling gebeurt.

17) Netto loon / netto uitbetaling

Netto is wat je daadwerkelijk op je rekening krijgt. Dit is je bruto loon minus inhoudingen, plus eventueel vergoedingen. Check: controleer of het nettobedrag overeenkomt met de “te betalen” regel en de bankbetaling.

18) Vergoedingen (reiskosten, thuiswerk, onkosten)

Vergoedingen zijn bedoeld om kosten te dekken. Ze tellen niet altijd mee voor vakantiegeld of pensioen, en zijn soms onbelast. Check: zie je reiskostenvergoeding? Vergelijk met je gemaakte kilometers/dagen en kijk of het logisch is.

19) Cumulatief (jaar-tot-nu)

Cumulatief betekent: opgeteld vanaf het begin van het jaar. Dit helpt om te zien hoeveel je al hebt verdiend en hoeveel loonheffing er al is ingehouden. Check: als je een fout vermoedt, kijk dan of die fout ook cumulatief doorwerkt (dan weet je of het al langer speelt).

20) Jaaropgave (waarom je loonstrook daar naartoe “optelt”)

Je jaaropgave is de samenvatting van je loonstroken over het jaar. Daarop staat je totale loon en de ingehouden loonheffing. Je hebt die nodig voor je belastingaangifte. Check: bewaar je loonstroken; ze helpen om verschillen met je jaaropgave te verklaren.

Mini-checklist: in 5 stappen je loonstrook controleren (2026)

  1. Check de loonperiode: per maand of per 4 weken, en noteer het datumbereik.
  2. Controleer je uren (gewerkt/verlof/ziekte) en reken je bruto loon terug met uurloon × uren als je per uur werkt.
  3. Bekijk de inhoudingen: loonheffing en pensioenpremie zijn de grootste; check of er een bijzondere beloning is uitbetaald.
  4. Controleer reserveringen: vakantiegeld (en eventueel eindejaarsuitkering) moet zichtbaar zijn als opbouw of uitbetaling.
  5. Vergelijk netto uitbetaling met je bankbetaling en kijk naar cumulatieven om te spotten of iets structureel misgaat.

Conclusie

Een loonstrook in 2026 is vooral een overzicht van drie dingen: wat je hebt verdiend, wat er is ingehouden en wat je netto krijgt. Zodra je de kernbegrippen snapt—periode, uren, bruto uurloon, loonheffing, pensioen en reserveringen—kun je je loonstrook snel controleren en veel misverstanden voorkomen. Zie je een vreemde daling in netto, een hogere inhouding of een ontbrekende opbouw? Ga dan terug naar de basis (uren en bruto) en check daarna de inhoudingen en potjes. Dat geeft je grip én voorkomt dat je maanden later pas ontdekt dat er iets niet klopte.

Disclaimer: dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies. Regels kunnen per situatie verschillen. Volg altijd de instructies op brieven van de Belastingdienst of vraag advies bij twijfel.


Scroll naar boven