Bruto naar netto salaris 2026: zo reken je het snel uit
Bruto naar netto rekenen in 2026 is in de basis: bruto loon minus loonheffing (belasting), minus pensioen/inhoudingen, plus eventuele onbelaste vergoedingen.
Het exacte nettobedrag verschilt per persoon door loonheffingskorting, inkomen over het jaar, pensioenregeling en of je meerdere banen hebt.
In dit artikel leer je een snelle methode om je netto salaris te schatten, welke posten het verschil maken en hoe je je berekening controleert met je loonstrook.
Wil je eerst precies snappen wat alle termen op je loonstrook betekenen? Lees dan Loonstrook uitleg 2026: alle termen simpel uitgelegd en voor extra uitbetalingen 13e maand netto berekenen 2026
Waarom bruto naar netto in 2026 per persoon verschilt (ook bij hetzelfde brutoloon)
Als twee mensen allebei € 3.000 bruto verdienen, betekent dat niet dat ze hetzelfde netto krijgen. Dat komt omdat “netto” afhangt van meerdere factoren. De belangrijkste zijn: loonheffingskorting (wel of niet aangevinkt), pensioenpremie (hoeveel je zelf betaalt), en het feit of je meerdere banen hebt (waardoor de inhouding anders kan uitpakken).
Daarnaast zijn er verschillen door de sector (cao), vaste of wisselende toeslagen, en vergoedingen zoals reiskosten. Sommige vergoedingen zijn onbelast, waardoor je netto hoger kan zijn zonder dat je bruto hoger is.
Toch kun je in 2026 prima snel een goede schatting maken. Niet door een perfecte belastingberekening te willen doen, maar door een praktische methode te gebruiken: eerst kijken naar de grootste posten die je bruto naar netto “opeten”, en daarna controleren met je loonstrook.
Bruto naar netto salaris 2026: 18 snelle checks en rekenstappen
1) Stap 1: bepaal of je bruto per maand, per 4 weken of per uur is
Je kunt pas goed rekenen als je weet wat je basis is: maandloon, 4-weken loon of uurloon. Check: staat er “maand” of “periode” op je loonstrook? Bij 4 weken krijg je 13 betalingen per jaar.
2) Stap 2: start bij het bruto loon (basisloon)
Gebruik bij voorkeur je basisloon zonder toeslagen als je een rustige schatting wilt. Toeslagen kunnen per maand wisselen. Check: op je loonstrook heet dit vaak “bruto loon”, “maandsalaris” of “loon uren”.
3) Stap 3: kijk naar “loon voor loonheffing” (fiscaal loon)
Dit bedrag is vaak de echte basis waarop belasting wordt berekend. Het kan afwijken van je bruto loon door regels over wat meetelt. Check: zoek op je loonstrook naar “loon voor loonheffing” of “fiscaal loon”.
4) Loonheffing: de grootste hap
Loonheffing (loonbelasting/premies volksverzekeringen) is meestal de grootste inhouding. Hoeveel dit is, verschilt per inkomen en kortingen. Check: noteer het bedrag “loonheffing” van je loonstrook; dat is je belasting-voorschot.
5) Loonheffingskorting: aan of uit maakt netto flink anders
Als loonheffingskorting aan staat bij je werkgever, is je loonheffing vaak lager en je netto hoger. Maar bij twee banen kan dit problemen geven. Check: heb je meerdere werkgevers? Zet loonheffingskorting maar bij één werkgever aan.
6) Pensioenpremie: soms een stille grote factor
Bij sommige sectoren betaal je zelf een flink deel van de pensioenpremie. Dat verlaagt je netto, terwijl je bruto hetzelfde blijft. Check: zoek op je loonstrook naar “pensioenpremie werknemer” of “pensioeninhouding”.
7) Andere inhoudingen: eigen bijdrage, lunch, fiets, lease, etc.
Niet elke inhouding is belasting. Soms betaal je een eigen bijdrage voor bijvoorbeeld een regeling. Check: scan je loonstrook op “inhouding”, “bijdrage” of “eigen bijdrage” en tel ze apart op.
8) Vergoedingen: netto omhoog zonder dat je bruto stijgt
Reiskostenvergoeding of thuiswerkvergoeding kan (deels) onbelast zijn. Dat telt mee in je netto betaling, maar is geen bruto loon. Check: kijk of er “vergoeding” staat en of het bij “netto te betalen” wordt opgeteld.
9) Een snelle schatting voor netto: werk met een realistische bandbreedte
Zonder alle details kun je netto het beste schatten met een bandbreedte. Voor veel werknemers ligt netto grofweg ergens tussen 65% en 80% van bruto (maar pensioen en kortingen kunnen dit verschuiven). Check: pak één loonstrook en bereken jouw persoonlijke factor: netto / bruto.
10) Voorbeeld A: € 2.500 bruto per maand
Een grove schatting met 65%–80% geeft netto tussen € 1.625 en € 2.000. Waar je uitkomt hangt af van loonheffingskorting en pensioen. Check: als je pensioeninhouding hoog is, zit je eerder aan de onderkant.
11) Voorbeeld B: € 3.000 bruto per maand
Bij € 3.000 bruto kom je met dezelfde bandbreedte grofweg uit tussen € 1.950 en € 2.400 netto. Check: vergelijk met je loonstrook en noteer het verschil: dat verschil zit meestal in pensioen en inhouding door kortingen.
12) Voorbeeld C: uurloon → netto per maand
Werk je per uur? Reken eerst bruto per maand: uurloon × uren per week × 52 ÷ 12. Daarna pas schat je netto. Check: vergelijk met de uren op je loonstrook; wisselende uren geven wisselende netto.
13) 4-weken loon: waarom “maandloon” dan misleidend kan zijn
Bij 4-weken loon krijg je 13 betalingen. Het bedrag per periode lijkt lager dan een maandloon, maar over het jaar kan het kloppen. Check: wil je een “maandgemiddelde”? Reken periodebedrag × 13 ÷ 12.
14) Toeslagen en overuren: pas op met rekenen op “standaard netto”
Toeslagen en overuren kunnen je bruto verhogen en daarmee ook je loonheffing en pensioen. Netto stijgt vaak wel, maar niet 1-op-1. Check: maak je schatting op basis van je basisloon, en tel toeslagen pas mee als je weet dat ze stabiel zijn.
15) Bonus, 13e maand, vakantiegeld: andere inhouding dan normaal
Extra uitbetalingen worden vaak als “bijzondere beloning” belast. Daardoor kan de inhouding hoger lijken. Check: vergelijk de loonheffingregel bij zo’n uitbetaling met je normale maand; verwacht verschillen.
16) Meerdere banen: je netto kan “te hoog” lijken en later worden verrekend
Met twee banen kan de inhouding per baan te laag zijn als kortingen verkeerd staan. Dan krijg je later bij de belastingaangifte soms een naheffing. Check: zet loonheffingskorting bij één werkgever aan en houd rekening met verrekening achteraf.
17) Het meest betrouwbare: gebruik je loonstrook als rekenmachine
De snelste manier om jouw netto te weten is: pak je loonstrook, noteer bruto, loonheffing en pensioen, en kijk naar netto. Dan heb je jouw echte verhouding. Check: reken netto / bruto uit en gebruik die factor als snelle schatting voor vergelijkbare maanden.
18) Als je berekening “niet klopt”: dit zijn de eerste 3 plekken om te kijken
Bijna altijd zit het verschil in (1) loonheffingskorting, (2) pensioeninhouding of (3) extra inhoudingen/vergoedingen. Check: controleer deze drie posten voordat je denkt dat je uurloon of salaris verkeerd is.
Snel rekenen in 5 stappen: bruto naar netto (2026)
- Bepaal je basis: bruto per maand, per 4 weken of per uur (en reken uurloon om naar maandgemiddelde als dat nodig is).
- Noteer je bruto basisloon en kijk op je loonstrook naar “loonheffing” en “pensioeninhouding”.
- Schat netto met een bandbreedte (vaak 65%–80% van bruto) of gebruik je persoonlijke factor uit een eerdere loonstrook.
- Tel onbelaste vergoedingen (zoals reiskosten) apart bij je netto op en trek extra inhoudingen apart af.
- Controleer met één loonstrook: als het verschil groot is, check eerst loonheffingskorting, pensioen en eventuele bijzondere beloning.
Conclusie
Bruto naar netto salaris rekenen in 2026 hoeft niet ingewikkeld te zijn als je het praktisch aanpakt. Begin bij je bruto basisloon, kijk naar de twee grootste “netto-killers” (loonheffing en pensioen) en neem vergoedingen apart mee. Voor een snelle schatting werkt een bandbreedte of je persoonlijke nettofactor (netto/bruto) vaak beter dan proberen alles exact na te bootsen. Gebruik je loonstrook als controlepunt: als je berekening afwijkt, zit het verschil meestal in loonheffingskorting, pensioen of een extra uitbetaling met andere inhouding.
Disclaimer: dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies. Regels kunnen per situatie verschillen. Volg altijd de instructies op brieven van de Belastingdienst of vraag advies bij twijfel.