Vakantiegeld berekenen 2026: bruto, netto en voorbeelden
Vakantiegeld bereken je in 2026 meestal door 8% te nemen van het brutoloon dat meetelt als grondslag; je netto vakantiegeld valt vaak lager uit door inhouding bij “bijzondere beloning”.
Hoeveel jij precies krijgt hangt af van je opbouwperiode, parttime of wisselende uren, en welke loononderdelen meetellen.
In dit artikel leer je stap voor stap vakantiegeld uitrekenen (bruto en een nette netto-schatting), met herkenbare voorbeelden en checks voor je loonstrook.
Wil je eerst snappen wanneer je het krijgt en wat vakantiegeld precies is? Lees dan Vakantiegeld 2026: hoeveel is het en wanneer krijg je het?
Waarom “vakantiegeld berekenen” in 2026 niet alleen 8% is
Veel mensen hebben gehoord: “vakantiegeld is 8%”. Dat klopt vaak, maar als je het zelf gaat berekenen zie je snel dat er meer speelt. Je hebt namelijk drie lagen:
1) De grondslag: over welk loon wordt vakantiegeld opgebouwd? Meestal je basisloon, soms ook vaste toeslagen. Onkostenvergoedingen tellen meestal niet mee. 2) De periode: bouw je op over het hele jaar of bijvoorbeeld juni t/m mei? Werk je maar een deel van die periode, dan is je vakantiegeld lager. 3) Netto-uitkomst: vakantiegeld wordt vaak zwaarder belast op de loonstrook, waardoor je netto minder overhoudt dan je verwacht.
Als je dus snel wilt weten “wat krijg ik in mei/juni 2026?”, is de beste aanpak: eerst bruto uitrekenen (dat is het meest betrouwbaar), daarna een netto-schatting maken, en tot slot je loonstrook gebruiken om te checken of de opbouw klopt.
Vakantiegeld berekenen 2026: 18 onderdelen die je moet snappen (met voorbeelden)
1) Stap 1: bepaal jouw percentage (meestal 8%)
Voor de meeste werknemers is vakantiegeld 8% van de grondslag. Soms is het anders door cao of afspraak (hoger of verwerkt in het loon). Check: zoek op je loonstrook naar “vakantiebijslag” of “vakantietoeslag” en kijk of er een percentage staat.
2) Stap 2: bepaal de grondslag (waarover je opbouwt)
De grondslag is het brutoloon (en soms vaste toeslagen) waarover vakantiegeld wordt berekend. Vergoedingen voor kosten tellen meestal niet mee. Check: kijk of je loonstrook een regel heeft zoals “grondslag vakantiebijslag” of vergelijk opbouwbedrag met 8% van je bruto basisloon.
3) Stap 3: bepaal de opbouwperiode (juni–mei of kalenderjaar)
Veel werkgevers gebruiken juni t/m mei als opbouw, maar dat kan verschillen. Als je in januari start, heb je in mei/juni nog niet over een volle cyclus opgebouwd. Check: vraag wat jouw opbouwperiode is of kijk in je contract/handboek.
4) Bruto vakantiegeld: de basisformule
De snelle berekening is: bruto grondslag × 0,08 (bij 8%). Werk je over een deel van het jaar, dan neem je alleen de grondslag over die maanden/weken. Check: tel je bruto grondslag in de opbouwperiode bij elkaar op en neem daar 8% van.
5) Voorbeeld A: vast maandsalaris (fulltime)
Stel: je verdient € 2.800 bruto per maand en de grondslag is je basisloon. Over 12 maanden is dat € 33.600. 8% daarvan is € 2.688 bruto vakantiegeld. Check: zie je op je loonstrook ongeveer € 224 bruto opbouw per maand? (Want € 2.688 ÷ 12 ≈ € 224).
6) Voorbeeld B: parttime met vast salaris
Stel: je werkt 24 uur en verdient € 1.900 bruto per maand. Over 12 maanden is dat € 22.800. 8% daarvan is € 1.824 bruto. Check: staat er maandelijks rond € 152 bruto opbouw op je loonstrook? (Want € 1.824 ÷ 12 ≈ € 152).
7) Voorbeeld C: uurloon met wisselende uren
Bij wisselende uren reken je met je bruto loon per periode. Stel: je verdient gemiddeld € 1.200 bruto per maand over de opbouwperiode. Dan is 8% gemiddeld € 96 bruto per maand opbouw en over 12 maanden € 1.152 bruto. Check: tel opbouwbedragen per loonstrook op in plaats van één bedrag te gokken.
8) Voorbeeld D: je werkte maar 6 maanden
Start je halverwege de opbouwperiode, dan bouw je minder op. Stel: je werkt 6 maanden met € 2.500 bruto per maand (grondslag). Totaal grondslag € 15.000. 8% is € 1.200 bruto vakantiegeld. Check: verwacht geen “jaarbedrag” als je geen jaar hebt opgebouwd.
9) 4-weken loon: hoe reken je dan?
Bij 4-weken loon heb je 13 periodes. Je kunt dan per periode rekenen: grondslag per periode × 0,08, en dat 13 keer optellen. Check: staat er “periode” of “4-weken” op je loonstrook? Tel dan je opbouw per periode bij elkaar op.
10) Vakantiegeld dat maandelijks wordt uitbetaald
Als vakantiegeld maandelijks wordt uitbetaald, zie je minder “reservering”. Je bruto salaris kan dan hoger lijken, maar je krijgt niet ineens een grote uitbetaling in mei/juni. Check: kijk of er maandelijks “vakantiebijslag uitbetaald” staat en of de reservering laag of nul is.
11) Netto vakantiegeld: waarom de inhouding vaak hoger is
Vakantiegeld wordt vaak belast als “bijzondere beloning”. Dat kan betekenen dat de loonheffing procentueel hoger uitvalt op dat bedrag dan op je normale salaris. Check: als je bruto vakantiegeld klopt, maar netto voelt laag: kijk naar de loonheffingregel op die uitbetaling.
12) Een praktische netto-schatting zonder ingewikkelde tabellen
Zonder jouw exacte situatie (inkomen, heffingskortingen, pensioen, loonheffingskorting wel/niet) kun je alleen schatten. Veel mensen houden netto grofweg ongeveer 55% tot 75% van het bruto vakantiegeld over, afhankelijk van inkomen en inhoudingen. Check: gebruik je loonstrook van vorig jaar als referentie: deel netto vakantiegeld door bruto vakantiegeld om je “eigen percentage” te zien.
13) Let op: loonheffingskorting kan je netto vakantiegeld beïnvloeden
Heb je loonheffingskorting niet goed ingesteld (bijvoorbeeld bij twee banen), dan kan je netto vakantiegeld lager uitvallen of later bij de belastingaangifte worden rechtgetrokken. Check: als je meerdere werkgevers hebt: zorg dat loonheffingskorting maar bij één werkgever aanstaat.
14) Pensioenpremie en inhoudingen: dit kan je netto verder drukken
Bij sommige werkgevers wordt pensioenpremie ook ingehouden op bijzondere uitbetalingen, of zijn er andere inhoudingen. Dat verschilt per regeling. Check: vergelijk je loonstrook bij normale salarisbetaling met de loonstrook van vakantiegeld: staat er extra inhouding?
15) Welke loononderdelen tellen vaak mee (praktisch gezien)?
Meestal telt je basisloon mee. Vaste toeslagen kunnen meetellen, variabele beloningen soms. Onkostenvergoedingen (reiskosten) zijn meestal geen grondslag. Check: als jouw opbouw duidelijk lager is dan 8% van je totale bruto, is de kans groot dat niet alles meetelt als grondslag.
16) Veelgemaakte fout: vakantiegeld verwarren met vakantie-uren
Vakantiegeld is geld. Vakantie-uren zijn tijd (uren) die je opbouwt om vrij te nemen. Ze staan allebei vaak op de loonstrook en worden daarom door elkaar gehaald. Check: zoek op je loonstrook apart naar “vakantiebijslag” en apart naar “vakantie-uren/uren saldo”.
17) Veelgemaakte fout: je rekent met je netto salaris
Als je 8% van je netto salaris neemt, krijg je een te laag of te vaag bedrag. Vakantiegeld wordt berekend over bruto grondslag. Check: gebruik altijd het bruto bedrag (basisloon/grondslag) om te rekenen.
18) Controleer je opbouw: het meest betrouwbare is optellen
De beste manier om zekerheid te krijgen is simpel: tel je “reservering/opbouw vakantiegeld” over de loonstroken in de opbouwperiode bij elkaar op. Dat is wat er klaarstaat voor uitbetaling. Check: maak een lijstje met opbouwbedragen per periode en tel ze op; je ziet meteen of er een gat zit.
Stappenplan: vakantiegeld berekenen in 5 stappen (2026)
- Check of jouw vakantiegeld 8% is (of een ander percentage door cao/afspraak).
- Bepaal de grondslag: welk brutoloon telt mee (basisloon en eventueel vaste toeslagen).
- Neem de juiste opbouwperiode (bijv. juni t/m mei) en tel je grondslag in die periode bij elkaar op.
- Bereken bruto vakantiegeld:
grondslag × 0,08(of jouw percentage) en vergelijk met je reservering/opbouw op loonstroken. - Schat netto door je loonstrook van vorig jaar te gebruiken of door rekening te houden met hogere inhouding; check de loonheffingregel op de vakantiegeldstrook.
Conclusie
Vakantiegeld berekenen in 2026 begint met bruto: in veel gevallen is het 8% van het brutoloon dat meetelt binnen jouw opbouwperiode. Daarna pas kijk je naar netto, omdat inhoudingen bij bijzondere beloning het bedrag flink kunnen drukken. Door te werken met je grondslag, je opbouwperiode en door je opbouw per loonstrook op te tellen, krijg je een realistisch en controleerbaar resultaat. Zo voorkom je dat je verrast wordt in mei of juni en weet je snel of je vakantiegeld klopt.
Disclaimer: dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies. Regels kunnen per situatie verschillen. Volg altijd de instructies op brieven van de Belastingdienst of vraag advies bij twijfel.