Loonheffingskorting: wanneer wél en wanneer niet? | 2026





Loonheffingskorting: wanneer wél en wanneer niet? | 2026

Loonheffingskorting: wanneer wél en wanneer niet? (2026)

Laatst bijgewerkt:

Loonheffingskorting is een korting die je werkgever of uitkeringsinstantie direct toepast op je loon.
Daardoor houd je netto per maand meer over. Maar: zet je de loonheffingskorting “verkeerd” aan (bijvoorbeeld bij meerdere banen tegelijk),
dan is de kans groter dat je later geld moet bijbetalen bij je aangifte.
In deze gids leer je wanneer je loonheffingskorting wél aanzet, wanneer juist niet, en hoe je dat in 2026 simpel controleert.

Als je eerst wilt snappen hoe je loonstrook en inhoudingen werken:
Loonheffing uitgelegd: waarom je werkgever te veel of te weinig inhoudt

Handig om te checken aan de hand van je jaaropgave:
Jaaropgave lezen: dit betekenen alle velden (met voorbeeld)

Wat is loonheffingskorting?

Loonheffingskorting is een verzamelnaam voor kortingen die je belasting op loon verlagen, zoals de algemene heffingskorting en arbeidskorting.
In plaats van te wachten tot je jaarlijkse belastingaangifte, mag je werkgever (of uitkeringsinstantie) deze korting alvast toepassen.

Het effect merk je direct: meer nettoloon op je rekening.
Maar het blijft een voorlopige verrekening. Aan het einde van het jaar rekent de Belastingdienst alles definitief uit.

Waarom kun je later toch moeten bijbetalen?

De “valkuil” is dat loonheffingskorting vaak wordt berekend alsof die ene werkgever jouw enige inkomen is.
Heb je in werkelijkheid meerdere inkomens tegelijk, dan kan er gedurende het jaar te weinig loonheffing zijn ingehouden.
De rekening komt dan bij je aangifte: bijbetalen.

Belangrijk om te onthouden
Loonheffingskorting bepaalt vooral wanneer je korting krijgt (maandelijks of via teruggave),
niet of je “minder belasting hoort te betalen” in totaal. De eindafrekening gebeurt altijd in je aangifte.

Wanneer zet je loonheffingskorting wél aan?

Situatie 1

Je hebt één werkgever (één baan)

Dan is loonheffingskorting meestal wél logisch. Je krijgt je korting direct in je nettoloon verwerkt,
en de kans op een grote verrassing is kleiner.

Situatie 2

Je hebt één uitkering of pensioen

Ook dan staat loonheffingskorting vaak wél aan bij die ene instantie.
(Heb je daarnaast óók loon uit werk? Dan wordt het “meerdere inkomens”, zie verderop.)

Situatie 3

Je hebt meerdere inkomsten, maar één duidelijk hoofdinkomen

In dat geval zet je de loonheffingskorting meestal wél aan bij je hoofdbaan (waar je het meest verdient),
en laat je het bij de rest uit staan.

Wanneer zet je loonheffingskorting juist níét aan?

Situatie 1

Je hebt twee banen tegelijk (bijbaan + vaste baan)

Zet de loonheffingskorting meestal alleen aan bij de baan die het meeste oplevert.
Laat het bij je bijbaan uit om te voorkomen dat er te weinig wordt ingehouden.

Situatie 2

Je werkt én krijgt een uitkering (of pensioen) tegelijk

Ook dit is “meerdere inkomens”. Kies meestal één bron (vaak je loon) voor de korting en laat de andere uit.

Situatie 3

Je wisselt vaak van werk of hebt korte contracten

De korting aanzetten kan nog steeds prima, maar het wordt extra belangrijk om te checken dat de korting niet per ongeluk “dubbel” staat.
Vooral rond overlapmaanden (oude baan + nieuwe baan) gaat dit soms mis.

Tip: als je twijfelt en je wilt “veilig” zitten, dan is het vaak slimmer om de korting maar bij één inkomensbron te gebruiken.
Je nettoloon kan dan lager zijn, maar je vermindert de kans op bijbetalen.

De simpelste regel (waar de meeste mensen mee uitkomen)

Vuistregel 2026

  • Één inkomen: loonheffingskorting aan
  • Meerdere inkomens tegelijk: loonheffingskorting aan bij één (meestal het hoogste inkomen), en bij de rest uit
  • Overlap/nieuwe baan: check of de korting niet bij twee tegelijk “aan” staat

Hoe controleer je of het goed staat?

1) Op je loonstrook (maandelijks)

Op veel loonstroken staat letterlijk “loonheffingskorting: ja/nee” of iets vergelijkbaars.
Kun je het niet vinden? Dan staat het soms bij “heffingskorting” of “loonheffing”.

2) Op je jaaropgave (jaartotaal)

Op je jaaropgave staat vaak ook of de loonheffingskorting is toegepast. Leg je jaaropgaven naast elkaar:
staat het bij meerdere “ja” terwijl je die inkomsten tegelijk had? Dan is de kans op bijbetalen groter.

Pak je jaaropgave erbij en check de velden rustig:
Jaaropgave lezen: dit betekenen alle velden (met voorbeeld)

Wat gebeurt er als je het “fout” doet?

“Fout” betekent meestal: je hebt de loonheffingskorting bij meer dan één inkomensbron tegelijk laten toepassen.
Het gevolg is vaak niet dat je een boete krijgt, maar dat:

  • er door het jaar heen te weinig loonheffing is ingehouden
  • je bij de aangifte moet bijbetalen (soms best flink)

Andersom kan ook: als je de loonheffingskorting nergens aanzet (of bij te weinig inkomen),
dan is er juist te veel ingehouden en krijg je bij de aangifte eerder geld terug.

Praktische voorbeelden (2026)

Voorbeeld 1: één baan

Je werkt fulltime bij één werkgever. Korting aan is meestal de logische keuze:
hoger nettoloon en vaak weinig gedoe.

Voorbeeld 2: baan + bijbaan

Je hebt een vaste baan en daarnaast een bijbaan. Zet de korting aan bij je vaste baan en uit bij je bijbaan.

Voorbeeld 3: twee parttime banen

Kies één werkgever (meestal waar je het meeste verdient) voor korting aan.
Bij de andere: korting uit.

Voorbeeld 4: wissel van baan met overlap

Je start bij je nieuwe werkgever terwijl je oude baan nog uitbetaalt (bijv. eindafrekening).
Check dat de korting niet per ongeluk bij beide “aan” staat in dezelfde periode.

Veelgestelde vragen

Is loonheffingskorting verplicht?

Nee. Het is een keuze. Je kunt de korting laten toepassen (meer netto nu) of later via je aangifte laten verrekenen.

Wat is “het beste” om te kiezen?

Voor de meeste mensen: korting aan bij één inkomensbron.
Heb je maar één inkomen? Dan is “aan” vaak prima.
Heb je meerdere inkomens tegelijk? Dan vooral niet bij meerdere tegelijk.

Kan ik het tussentijds aanpassen?

In veel gevallen kun je bij je werkgever of uitkeringsinstantie aangeven dat je de loonheffingskorting wilt aan- of uitzetten.
Hoe snel het verwerkt wordt, verschilt per organisatie.

Conclusie

Loonheffingskorting is handig, maar vooral als je het slim gebruikt.
In 2026 geldt voor de meeste situaties een simpele aanpak:
zet loonheffingskorting aan bij één inkomensbron (meestal je hoofdinkomen) en laat het bij de rest uit.
Controleer het op je loonstrook en jaaropgave, zodat je niet verrast wordt bij je belastingaangifte.

Disclaimer: dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk belastingadvies. Regels en uitwerkingen kunnen per situatie verschillen.


Scroll naar boven